Met ingang van 2010 houdt de gemeente Utrecht de kleinschalige topografie van de regio Utrecht bij en levert de actuele gegevens aan het Kadaster ten behoeve van de basisregistratie topografie. Door de samenwerking geven het Kadaster en de gemeente actief invulling aan het streven van de overheid om informatie eenmalig in te winnen en meerdere malen te gebruiken. Op 31 maart 2010 ondertekenen Peter Hoogwerf, directeur GEO van het Kadaster en Reindert Hoek, directeur StadsOntwikkeling van de gemeente Utrecht de overeenkomst waarin de uitwisseling wordt geformaliseerd.
Om standaarden op het gebied van administratie en Geo-informatie beter te laten samenwerken, hebben de directeuren van KING en Geonovum een overeenkomst getekend. Door een goede samenwerking kunnen gemeenten hun administratie letterlijk op de kaart zetten. KING en Geonovum zorgen ervoor dat de de standaarden StUF (harmonisatie van administratie) en NEN 3610 (geografische uitwisselingsstandaarden) op elkaar afgestemd blijven.
Er komt bij het Rijk een centrale voorziening voor geografische informatie. Deze voorziening regelt de onderlinge en externe uitwisseling van locatiegebonden gegevens. De ministeries van LNV, V&W en VROM, het Kadaster, TNO en Geonovum hebben hiervoor een samenwerkingsovereenkomst getekend. Binnen vier jaar moet deze centrale gegevenshub gerealiseerd zijn. Voor de realisatie is in totaal 17,4 miljoen euro beschikbaar.
De waterschappen stellen geografische informatie (geo-informatie) onder zo gunstig mogelijke voorwaarden beschikbaar aan wie daar behoefte aan heeft. Voor deze informatie worden hooguit verstrekkingskosten in rekening gebracht en afnemers kunnen vrij gebruik maken van de informatie.
Op 1 september is de implementatiewet van de Inspire-richtlijn in werking getreden. Hiermee is deze Europese richtlijn, die tot doel heeft het harmoniseren en openbaar maken van ruimtelijke gegevens van overheidsorganisaties ten behoeve van het milieubeleid, officieel omgezet in Nederlandse wetgeving.. Decentrale overheden hebben met de wet te maken omdat zij bronhouder zijn van geo-informatie.